NTS-meldkamers keken rond bij ProQA-conferentie ‘Navigator’

‘Uiteindelijk de kracht van NTS en ProQA sámen benutten’

Piet Hein en opleidingscoördinator Biba Ising, met wie hij samen de Navigator bezocht.

De wereldwijde AMDPS-‘scene’ kwam eind april weer bijeen op de jaarlijkse conferentie Navigator, ditmaal in Las Vegas. Onder de Nederlandse deelnemers bevonden zich verrassend genoeg afgevaardigden van twee NTS-regio’s: Gelderland Midden en Utrecht.


Willen ze soms overstappen van hun ‘Nederlandse Triage Standaard’ naar ProQA? “Nee”, klinkt het tweemaal stellig, uit de mond van Piet Hein ten Hacken en Yvonne den Ouden, hoofden van de Meldkamers Ambulancezorg in respectievelijk Arnhem en Utrecht.


Piet Hein: “Er was in Las Vegas een breed aanbod van lezingen en workshops over triage en hulpverlening. Los van de ‘eeuwige discussie’ NTS versus ProQA, vond ik het goed om ons ook daar in brede zin te oriënteren. Zelf heb ik nog altijd de wens dat we in een klein land als Nederland – waar we binnenkort nog maar tien meldkamers over hebben! – uiteindelijk één triagesysteem gaan gebruiken. Hoe het werkt maakt me niet uit, het moet vooral doen wat we willen. Waarbij ik me voorstel dat we de kracht van zowel NTS als ProQA benutten en ergens in het midden uitkomen. Na Las Vegas denk ik nóg meer dat dit mogelijk is dan voor mijn vertrek.”


Yvonne: “Ik ging mee vanuit een gezonde nieuwsgierigheid en omdat een congres altijd goed is voor je contacten. NTS en ProQA zijn allebei goede systemen, maar allebei niet 100 procent optimaal en allebei nog volop in ontwikkeling. We kijken in Nederland over en weer met een beetje jaloezie naar elkaar. De meldersinstructies van ProQA zijn top, daar gaat een grote slagkracht en veel historie achter schuil, waarvan de basis in Amerika ligt. Maar NTS biedt meer mogelijkheden tot klinisch redeneren, precies waar we als verpleegkundigen voor zijn opgeleid, wat we goed kunnen en wat ik niet graag zou willen opgeven.”




Soepeler aan het worden

In Amerika werd bij Piet Hein het beeld weggenomen dat ProQA een star en rigide systeem is. “Het is soepeler aan het worden, er komen meer mogelijkheden om het in te richten naar eigen wensen en voorkeuren. Ik heb van de Amerikanen begrepen dat ze feedback uit Nederland echt ter harte nemen in dat proces van doorontwikkeling. Ze zijn bereid om nog veel meer stappen te zetten. Bij terugkomst vroeg ik me af of de Nederlandse ProQA-gebruikers eigenlijk wel voldoende op de hoogte zijn van de nieuwe mogelijkheden en van het belang van het continu geven van feedback.” Piet Hein wil zijn bevindingen en ideeën graag verder bespreken in het periodieke overleg van alle Nederlandse meldkamerhoofden.

Het beste van twee werelden

Yvonne werd in Las Vegas positief verrast door een werkwijze die daar wordt toegepast en die lijkt op een ‘hybride’ vorm van ProQA en NTS. “Er wordt eerst uitgevraagd volgens protocol door een niet-verpleegkundige ‘dispatcher’. Maar als het niet lukt om een goed beeld te krijgen van de toestand of de urgentie en de centralist twijfelt, dan kan hij of zij opschalen naar een verpleegkundige collega die vrij is in de gespreksvoering. Ik was daar aangenaam door verrast, want dit combineert het beste van twee werelden. In Nederland kan dit niet zonder meer want wij hebben al verpleegkundigen in de eerste lijn, maar ik vond het wel inspirerend.”


Daarnaast kwamen beiden vanzelfsprekend terug met onuitwisbare indrukken uit de heel andere wereld die Amerika nu eenmaal is. Piet Hein: “Ze zijn daar zo trots op hun vak. Je komt op een onooglijke meldkamer die welbeschouwd een donker gat is met apparatuur op losse tafels. En dan zeggen ze: Hier redden wij levens! Terwijl we ons in Nederland allereerst druk maken om het licht, de airco en de schoonmaak. Die trots zouden wij wel wat meer mogen hebben vind ik, zonder dat we nou ook meteen de ‘hugs’ en andere gewoonten hoeven over te nemen.”























Yvonne




Reddingshonden op de meldkamer



























Yvonne was diep onder de indruk van de verhalen over de nazorg op de meldkamer van Las Vegas na de dramatische schietpartij van oktober 2017. “We zijn altijd zo gefocust op het omgaan met grote incidenten en hoe je die het hoofd biedt. Maar als het gebeurt, met in dit geval 58 doden en ruim 500 gewonden, hoe houd je dan daarná je mensen en organisatie draaiende? Natuurlijk konden de centralisten van Las Vegas een beroep doen op allerlei vormen van psychosociale hulpverlening, maar daar bovenop hadden ze iets heel unieks bedacht. Twee maanden lang hebben reddingshonden op de meldkamer rondgelopen die getraind zijn om te troosten en die feilloos aanvoelen wie er wat steun kan gebruiken. Die honden liepen rond en legden af en toe een poot of een kop op de knie van centralisten die zelf niet altijd konden of wilden aangeven dat ze het moeilijk hadden. Zo werd hun hulpvraag toch erkend. Dat heeft diepe indruk op me gemaakt.”