'Als je geen ondertriage wilt, horen de cancels erbij'

MMT-arts
Iscander Maissan
Traumacentrum Zuidwest Nederland / Lifeliner 2 (Mobiel Medisch Team Rotterdam)

In gesprek met: Iscander Maissan

Merken jullie in de praktijk iets van de werking van ProQA op de meldkamers in het land?

“Niet echt. Als wij van onze meldkamer in Rotterdam een inzet krijgen, dan hebben uitvraag en triage al plaatsgevonden. Met welk systeem of waar, doet er voor ons niet toe. Wij krijgen alleen te horen dat we als MMT ofwel primair worden meegestuurd, of secundair gewenst zijn. We worden gekoppeld aan het ambulancepersoneel dat ter plaatse is of ter plaatse gaat. Van hen krijgen we zo spoedig mogelijk een sitrap. Op basis daarvan neemt de MMT-arts de beslissing of wij doorkomen of teruggaan. Wat zich wél duidelijk aftekent, is dat ons aantal inzetten in de afgelopen vijf jaar is verdubbeld, maar ook het percentage cancels is gestegen. Cancels zijn de situaties waarin wij onderweg, op basis van de SBAR van de verpleegkundige of OVDG ter plaatse, besluiten dat we geen meerwaarde hebben op de ambulancezorg.”

Is die toename in inzetten misschien een gevolg van ProQA, dat in 2011 op de eerste Nederlandse meldkamer werd ingevoerd?

“Dat weten we niet. Het zou kunnen. De huidige triagesystemen – dat geldt zowel voor ProQA als NTS – hebben de nieuwe inzetcriteria van het Landelijk Netwerk Acute Zorg uit 2013 opgenomen in hun protocollen. Waar eerder het ongevalsmechanisme leidend was om in te zetten, zijn nu vooral de patiëntgebonden factoren van belang. Bij een acute bewustzijnsdaling, al dan niet gecombineerd met een A-, B- en/of C-probleem worden we meegestuurd. Dat vinden wij overigens niet verkeerd. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken: wanneer je de ondertriage voor MMT-inzetten wil beperken tot maximaal 10 procent, moet je een overtriage accepteren van 50 procent. Anders gezegd, om zo weinig mogelijk ernstige gevallen te missen, leg je de lat lager en ga je ook op pad voor situaties waarbij onze assistentie aan de ambulancebemanning toch niet nodig blijkt. We vliegen dus regelmatig voor een koortsstuip, omdat je bij voorkeur geen enkele kinderreanimatie wilt missen. Overtriage is de prijs die we betalen voor het beperken van ondertriage. Dat laatste krijgt prioriteit, want daar redden we levens mee.”

En hoe hoog is jullie overtriage, dus cancels?

“Bij het overgrote deel van de A1-ritten gaan we kalm met de patiënt n“In Rotterdam is het momenteel bijna 50 procent, 48 om precies te zijn. Tot enkele jaren geleden was ons percentage cancels lager, rond de 30 procent. Dus als de 10/50-regel klopt, dan voldoen wij daar nu keurig aan. Dan zouden we nu één op de tien keer niet ter plaatse komen waar dat eigenlijk wel had gemoeten. Maar we zullen het nooit precies weten, omdat we de situaties waarin we niet zijn opgeroepen niet kennen.”aar het ziekenhuis. Dan kunnen er twee dingen aan de hand zijn: óf er wordt door ProQA te hoog ingezet, óf wij zijn zo goed in ons werk dat we de bedreigde patiënt bijna altijd ter plekke weten te stabiliseren. Dat laatste zou ik graag geloven, maar ik denk dat het niet zo is.”

Het is toch heel inefficiënt om één op de twee keer voor niets op te stijgen?

“Dat valt mee. Onze gemiddelde gecancelde inzet duurt negen minuten. Op de terugweg zijn we alweer inzetbaar, dus dan zijn we 4,5 minuut niet beschikbaar geweest. Doordat we dan pas een kort stukje gevlogen hebben, vallen de kosten mee. We accepteren die cancels. Ze zijn logisch, omdat een melding door een leek per definitie onvolledig en emotioneel geladen is, welk triagesysteem je ook gebruikt. Dat neemt niet weg dat ik me de frustratie van ambulancepersoneel kan voorstellen over het feit dat zij de afgelopen jaren ook veel vaker onterecht met hoge urgentie op pad worden gestuurd. Voor de ambulancezorg geldt ongetwijfeld net zo’n wetmatigheid tussen over- en ondertriage zoals de 10/50-regel bij ons. Waarschijnlijk met andere percentages. Gevoelsmatig zeg ik dat we nu in de top van een curve zitten. Door het finetunen van triagesystemen en het bijstellen van urgentiecodes, gaan we wellicht richting een optimum en kan er mogelijk nog wat overtriage uit. Misschien kan in de toekomkomst beeldbellen met de melder meer inzicht geven in de situatie, waardoor de centralist een betere inschatting kan maken.”

Is er verder nog iets wat jullie wel merken of weten over de meldkamers in jullie gebied?

“Ja, het aantal inzetten voor het MMT verschilt per meldkamer. Dat is merkwaardig, maar het is zo. Meldkamers waar de heli ‘onder de knop zit’, dus die direct een MMT aansturen zoals Rotterdam, zetten eerder het MMT in dan regio’s waar dat via een andere meldkamer verloopt. De andere regio’s die dus blijkbaar een hogere drempel ervaren om ons te alarmeren, blijken ook nog eens significant vaker te cancellen. Ambulancepersoneel dat ons minder vaak ziet, lijkt eerder te denken dat er geen meerwaarde is voor een MMT. Op basis van triagesystemen, urgentiecodes en cancelcriteria zou dat verschil er eigenlijk niet moeten zijn.”