REGIO

Hulpverlening op strand en in duinen levert specifieke uitdagingen op

Omschrijf eens wat u daar ziet?

Het strand en de duinen vormen een uitdagende omgeving voor ambulancepersoneel. Daarom wordt in die gebieden standaard de Reddingsbrigade meegealarmeerd voor assistentie bij een ambulance-inzet. De intakecentralist heeft dan soms al een eigen uitdaging doorstaan: erachter komen waar de melder zich bevindt.

“De ambulance kan tot aan het strand komen, niet erop”, legt 112-centralist en werkbegeleider Guda Vollenga van de Meldkamer Ambulancezorg in Haarlem uit. Die meldkamer bestrijkt de lange Noord-Hollandse kustlijn met veel badplaatsen en tussengelegen stranden. Guda: “Als de patiënt zich op het strand bevindt, pikt de Reddingsbrigade de ambulance-eenheid met hun spullen op met een 4x4-auto en transporteert ze verder naar de plek van het noodgeval. Daarom hebben wij de vaste werkafspraak dat we de Reddingsbrigade meealarmeren bij elke inzet in de buurt van de zee, tenzij de patiënt zich overduidelijk op de boulevard of op de verharde weg bevindt. Wij verzoeken de brandweer om de Reddingsbrigade op te roepen. De brandweercentralist laat weten in welk kanaal op C2000 de ambulance met de Reddingsbrigade kan praten. Zo kunnen de collega’s aanrijdend al afspreken op welk punt ze elkaar treffen en wat er bekend is over de omstandigheden.”

Met het oppikken en rijden op het strand is extra tijd gemoeid, maar met de uitvraag soms ook. Ingangsvraag 1 van ProQA (‘Wat is precies het adres van het noodgeval?’) is in de bebouwde kom een eitje, maar niet wanneer de melder zich tussen zand en water bevindt. Advanced Mobile Location (AML, het meezenden van de locatie bij het gesprek met een smartphone) noemt Guda ‘de uitvinding van de eeuw’. “Dat heeft het in veel gevallen heel veel makkelijker gemaakt. Maar het is niet 100 procent nauwkeurig. Soms zien we de locatie van de telefoonmast en niet die van de telefoon. Bij buitenlandse telefoons werkt het niet. Dan moet je terugvallen op het ouderwetse puzzelen.”

Guda Vollenga

Trucs Guda en haar collega’s hebben daarvoor een reeks trucs in hun mouw. “De melder die niet weet waar hij of zij is, vragen we om een andere persoon aan te spreken, mits die er is. Of om te omschrijven wat ze daar om zich heen zoal zien. Of hoe ze er gekomen zijn, waar ze het strand opgingen en hoelang ze gelopen hebben. Of om een strandpaal te zoeken, want de nummers daarvan zien wij in CityGIS. Als we met zo’n uitvraag bezig zijn, merk je dat vaak iedereen op de meldkamer die vrij is meeluistert. Er is vaak wel een collega op de vloer die net wat bekender is met die omgeving.” De meldkamer kan eventueel ook nog op VIL terugvallen, het systeem dat via een sms de locatie van de telefoon opvraagt. De precieze locatie is mede van belang omdat de juiste Reddingsbrigade moet worden ingeseind: voor bijvoorbeeld Bloemendaal is dat een andere dan voor IJmuiden, terwijl de badgast zich amper van gemeentegrenzen bewust is. De samenwerking met de Reddingsbrigade is intensief en goed. Guda: “Zij kennen hun gebied als geen ander en weten precies hoe je ergens het snelste komt. Ook de boswachter van Staatsbosbeheer kunnen wij meealarmeren als een 112-oproep vanuit de duinen komt, al is het alleen maar voor overleg en advies.” Het is nog nooit gebeurd dat een patiënt niet werd gevonden; wel dat er tijd verloren ging. Guda vertelt dat zij zich daardoor met name in het buitenland veel bewuster is geworden van het belang van weten waar je je bevindt. In het toeristenseizoen komen dagelijks meldingen vanaf het strand, waarbij de Reddingsbrigade vaak zelf de melder is. “Zij zijn veelal de eerste hulpverlener die iemand uit het water haalt of een oververhitte badgast op de post krijgt. Ze benaderen ons dan als ketenpartner via een apart inbelnummer, niet via 112.”

IJsselmeer Aan de IJsselmeeroever hanteert de Haarlemse meldkamer een soortgelijk protocol als aan de kust, maar dan met de KNRM als partner. Guda: “Op het IJsselmeer en in de havens gaat het vaak om hulpverleningen aan boord van vaartuigen. De KNRM kan de ambulance-eenheid per boot oppikken, maar ook hand- en spandiensten verlenen en advies geven in de havens. Ook hun plaatselijke bekendheid met de situatie kan van levensbelang zijn. De procedure is dezelfde als met de Reddingsbrigade. De samenwerking met beide organisaties is voor ons enorm waardevol.”