REANIMEREN

Actief vragen naar DNR-beleid doen we niet, maar:

Acht woorden kunnen onnodig reanimeren voorkomen

Regelmatig vragen centralisten aan hun EDQ: mag ik bij de melder informeren naar behandelbeperkingen of niet-reanimeren-afspraken (DNR) van de patiënt? Een begrijpelijke vraag, omdat we dit bij huisarts- en ziekenhuismeldingen bijna standaard doen. En toch is het antwoord nee. Maar er komt hopelijk spoedig een kleine aanpassing in ProQA, die het onnodig opstarten van een reanimatie in de toekomst kan tegengaan.

De keuze van AMPDS om niet actief te vragen naar DNR-beleid is weloverwogen en heeft twee redenen. De eerste is: het kost tijd. De kans is groot dat de melder het niet meteen weet en het even gaat overleggen met een familielid, of in papieren gaat zoeken, of ineens gaat twijfelen aan de wens van de patiënt. Je bent zo een minuut verder en als de conclusie uiteindelijk niet eenduidig is, dan moet de reanimatie alsnog op gang komen maar wel met een kostbare minuut vertraging. De andere reden is: hoezeer je als centralist ook denkt aan te voelen dat je te maken hebt met een kwetsbare oudere of een terminaal zieke patiënt, je mag de melder niet zelf de kant op sturen van niet-reanimeren. We gaan als hulpverleners niet actief op zoek naar een reden om niet te starten met een reanimatie. De melder belt ons immers omdat hij/zij hulp wil voor een patiënt die plots onwel is.

Paniek Althans, in theorie is dat zo. Want soms belt een melder 112 in paniek, omdat een patiënt ineens geen teken van leven meer vertoont. Oók als hij of zij weet dat deze persoon al stervende was, of had uitgesproken niet gereanimeerd te willen worden. Om deze moeilijke situaties te ondervangen, dienen we als landelijk EDQ-overleg binnenkort een verbetervoorstel (Proposal for Change) in bij de IAED.

Het gaat hierbij om een toevoeging van slechts acht woorden op de C2-kaart: • Luister goed (dan zeg ik u hoe u moet reanimeren)

De toevoeging zijn de woorden tussen haakjes. De centralist spreekt ze alleen uit in een reanimatiesetting, dus niet wanneer de C2-kaart voor het vrijmaken van de luchtweg wordt gebruikt. Het idee achter de toevoeging is dat we de melder zo vroeg mogelijk in het gesprek confronteren met het woord reanimeren. Daardoor kan het besef alsnog doordringen: ja maar wacht even, dat wil hij helemaal niet; of, ja maar zij was al stervende. En zodra de melder dat uitspreekt, hebben we alsnog een geldige reden om in blok C2 te kiezen voor de balk ‘te verwachten dood’ en voor het niet opstarten van de reanimatie (na de bevestiging ‘Weet u zeker dat we hem/haar niet moeten proberen te reanimeren?’)

Besef Zoals de situatie op dit moment is, heeft de melder vaak te weinig informatie aan de centralist gegeven om de optie ‘te verwachten dood’ te rechtvaardigen. Daardoor kan het gebeuren dat de patiënt nog onnodig vanuit een stoel of bed wordt verplaatst, waarna bij blok C5 en C6 het besef pas bij de melder komt dat het om een reanimatie gaat. We hopen dat we met de kleine toevoeging wereldwijd kunnen voorkomen dat een stervende persoon, maar ook de melder, op het laatste moment nog onnodig wordt belast met zinloze instructies. De melder kan met een gerust hart de patiënt comfort bieden. Nader bericht volgt zodra we bericht krijgen op ons verbetervoorstel. De EDQ’s van alle AMPDS-meldkamers.