Net als in een oorlog: alle hens aan dek

Wethouder en verpleegkundige

Kees de Ruijter

Hij was meldkamerhoofd, werd wethouder en sprong tijdens de laatste coronagolf bij in het ziekenhuis als zorgreservist. “De patiëntenzorg heeft maar weinig opschalingscapaciteit. In tijden van nood mag zorgervaring eigenlijk niet onbenut blijven.” Hij doet tevens een appèl op verpleegkundig centralisten.

In Gesprek met Kees de Ruijter.

Ineens was je weer aan het bed te vinden. Hoe zit dat?

“Drie jaar geleden werd ik wethouder in Papendrecht. Tot dat moment was ik hoofd van de Meldkamer Ambulancezorg in Tilburg, voor Brabant Midden-West-Noord en Zeeland. Dáár weer voor, zit een lange loopbaan als (ambulance)verpleegkundige. Tijdens de eerste coronagolf vorig jaar had ik al eens kenbaar gemaakt dat ik als verpleegkundige beschikbaar was om te assisteren. Toen was er nog geen goedwerkend systeem om vraag en aanbod bijeen te brengen. Maar dit voorjaar ging de Nationale Zorgreserve van start, in feite een reserveleger van zorgprofessionals die zich op afroep snel vrij kunnen maken. In mei draaide dat systeem proef in het ziekenhuis in Dordrecht, vlakbij mijn eigen woonplaats. Aan die proef heb ik meegedaan.”

Hoe werkt het?

“Iedereen met relevante zorgervaring uit het verleden, bijvoorbeeld als verpleegkundige of verzorgende, kan zich aanmelden bij de Nationale Zorgreserve. Afhankelijk van je ervaring en bevoegdheid krijg je een bij jou passend activiteitenpakket toebedeeld, waarmee je het personeel van een zorginstelling onmiddellijk kan gaan ondersteunen. Eenmaal aangemeld, kun je online zien wanneer er behoefte is aan reservisten voor bepaalde diensten. Daar kun je op reageren, voor de momenten dat het voor jezelf ook uitkomt. Ik ben altijd blijven nascholen en heb mijn BIG-registratie behouden. Daardoor kan ik worden ingezet op een relatief zwaar activiteitenpakket, met handelingen direct aan en bij de patiënt.”

Waarom wil je dit, naast een drukke baan en met niet zo lang meer te gaan tot de pensioengerechtigde leeftijd?

“Omdat ik het voel als een morele plicht. Ik heb deze kennis en ervaring in huis. Ik kan me relatief makkelijk vrijmaken van mijn werk, omdat ik veel wethouderstaken ook in de avond of in het weekeinde kan doen. Of ik ga tijdelijk wat minder fietsen. In het verleden ben ik ook reservist bij de krijgsmacht geweest. De coronacrisis is vergelijkbaar met een oorlogssituatie. Je hebt alle hens aan dek nodig, maar de zorg heeft niet veel backup. Dit nieuwe reservistensysteem mobiliseert op een slimme manier iedereen die redelijkerwijs de zorg mede gaande kan houden. Ik denk dat veel verpleegkundig centralisten hier ook heel goed in zouden passen.”

Doe je daarmee hun rol op de meldkamer in een crisissituatie niet tekort?

“Ik ontken daarmee juist niet hun persoonlijke kwaliteiten. Maar in een rampensituatie kunnen, het geheel overziend, jouw specifieke kwaliteiten ergens anders harder nodig zijn. Oorlogsgeneeskunde is het verdelen van schaarste. Overal moeten de beste manschappen zitten voor de taak die nodig is. En een ervaren of gespecialiseerde verpleegkundige komt misschien niet het beste tot zijn of haar recht aan de meldtafel. Die rol kunnen anderen weer overnemen, bijvoorbeeld oud-centralisten die mede dankzij de structuur van ProQA weer snel kunnen inschuiven. Dus ik wil www.nationalezorgreserve.nl echt aanbevelen.”

Hoe vond je het zelf om weer tussen de patiënten bezig te zijn?

“De proef werd gehouden op een niet-COVID-afdeling. Zo kon de methodiek goed worden uitgewerkt buiten de hectiek van de pandemie. Ik heb de verpleegkundigen van de afdeling cardiologie kunnen ondersteunen door onder meer patiënten te wassen, controles uit te voeren en medicijnen te delen. Natuurlijk is er door de jaren heen veel veranderd, vooral in technisch opzicht, maar patiënten zijn niet veranderd. Zij hebben dezelfde behoeften en onzekerheden als dertig jaar geleden. Daardoor had ik heel snel het idee dat ik weer gewoon ‘op mijn oude plek’ was. Verbazend hoe snel je het allemaal weer oppikt.”