KETEN

Meldkamer Rotterdam neemt triage-uitkomst van NTS niet meer automatisch over

Aanvraag vanuit de HAP = opnieuw uitvragen in ProQA

Welmer de Groot

KETEN

Meldkamer Rotterdam neemt triage-uitkomst van NTS niet meer automatisch over

Aanvraag vanuit de HAP = opnieuw uitvragen in ProQA

Welmer de Groot

Wanneer een Huisartsenpost (HAP) een ambulance aanvraagt bij de meldkamer van Rotterdam-Rijnmond, wordt sinds kort de uitvraag van de melder nog eens overgedaan door de 112-centralist in ProQA. Doel hiervan is: garanderen dat met name ernstig bedreigde patiënten dezelfde hoge kwaliteit van zorg krijgen als wanneer de melder meteen 112 zou hebben gebeld. Het is de eerste AMPDS-meldkamer die deze werkwijze hanteert.

De triage-uitkomst van de HAP wordt dus niet meer als automatisme overgenomen. In plaats daarvan belt de HAP-triagist nu naar de 112-centralist, geeft aan dat er een ambulance nodig is en draagt de melder over. Die moet nogmaals zijn of haar verhaal doen. Medisch Manager Ambulancezorg Welmer de Groot staat aan de basis van deze nieuwe werkafspraak met de HAP’s, die half januari 2021 is ingegaan. “De eerste gedachte zou kunnen zijn dat we het oordeel van de HAP niet voldoende vertrouwen, maar zo is het niet”, aldus Welmer. “We zijn in feite bezig een al lang bestaande systeemfout op te lossen.” Andere filosofie Hij legt het nader uit: “We hebben een HAP-aanvraag altijd beschouwd als een ‘aanvraag professionele melder’. Daarbij schakelden we urgentie U1 van de NTS-triage door de HAP gelijk aan een A1-urgentie in ProQA. Maar die denkwijze is eigenlijk onjuist. De patiënt die door de HAP-triagist is getrieerd, komt niet van een professionele melder, want de patiënt is niet door een arts beoordeeld. Het is de uitkomst van een protocol dat naar mijn idee een andere benadering en filosofie kent dan AMPDS. NTS gebruikt meer subjectieve criteria zoals mate van pijn en vertrouwt op het medisch oordeel van de gebruiker om een inschatting te maken van de ernst van de situatie. AMPDS zoekt allereerst zonder menselijke interpretatie naar de bedreigingen.”

Verkeerde loket Meestal gaat dat goed, omdat de melder de HAP belt als het minder ernstig lijkt en 112 wanneer elke seconde telt. “Maar als er wél iets heel ergs aan de hand is, dan is NTS zoals het op de HAP wordt gebruikt minder goed toegerust dan ProQA”, betoogt Welmer. “Neem bijvoorbeeld de beoordeling van een ademhaling. Een HAP-triagist probeert te beoordelen bij welk type ziektebeeld een ademhaling past. Een 112-centralist beoordeelt allereerst de aanwezigheid en effectiviteit van de ademhaling. Daar komt bij dat de melder tegen wie de HAP zegt ‘ik ga een ambulance voor u bellen’ het vervolgens vaak zonder meldersinstructies moet stellen, of in elk geval niet met de gedegen instructies van AMPDS/ProQA. Kortom, de ernstig bedreigde patiënt krijgt niet dezelfde zorg, alleen doordat de melder onbewust het verkeerde loket heeft gekozen. En dat is niet correct. Triage ten behoeve van ambulancezorg is een onderdeel van ambulancezorg en moet dus door de RAV op de meldkamer plaatsvinden.” Het feit dat in de eerste lijn de conclusie wordt getrokken dat ambulancezorg geïndiceerd is, neemt de meldkamer wel degelijk uitermate serieus, benadrukt Welmer. “Maar om vanaf dat moment de patiënt dezelfde kwaliteit van zorg te bieden als wanneer meteen 112 was gebeld, moeten wij onze eigen uitvraag doen. Zo kunnen onze centralisten ook beter inschatten of er naast ambulancezorg nog inzet van MMT, brandweer of politie nodig is. Bovendien krijgen aanrijdende ambulances hun informatie in een format dat bekend voor hen is.”

Verantwoordelijkheid Niet alle HAP’s in het werkgebied waren meteen gecharmeerd van de nieuwe werkwijze van de meldkamer. “Dat is begrijpelijk”, zegt Welmer. “Maar wij hebben tegen de huisartsen gezegd: als jullie ervoor kiezen om niet door te verbinden, dan draag je zelf de verantwoordelijkheid om minimaal even goede zorg te bieden. Men ziet dan toch in dat dit een risico in zich draagt.” Hoeveel telefoontjes doorverbonden gaan worden en tot hoeveel meer of minder ambulance-inzetten dat leidt, laat zich niet voorspellen. Welmer: “Het is onontgonnen terrein. We weten niet hoe vaak de HAP’s nu een ambulance aanvragen terwijl dat volgens onze standaard niet had gehoeven. We weten ook niet hoe vaak de HAP’s een patiënt onder zich houden die via 112 een ambulance zou hebben gekregen. We horen alleen over de excessen en de klachten achteraf. En we kennen de wrijving die wederzijds kan optreden, wanneer de meldkamer in de ogen van de HAP een patiënt overdraagt met een minimum aan informatie, of in omgekeerde richting ‘met een heel verhaal erbij dat wij niet hoeven te horen’. Doordat we nu dezelfde patiënt via twee uitvraagsystemen triëren, kunnen we voor het eerst de uitkomsten en de daaraan gegeven urgenties gaan vergelijken.” Namens het landelijke overleg van Medisch Managers Ambulancezorg laat voorzitter Harm van de Pas weten dat andere regio’s zeer uitkijken naar de bevindingen uit het ‘Rotterdamse model’.

Let op bij zorgcoördinatie

De hierboven beschreven conflicterende werking van NTS en ProQA zal heel relevant worden naarmate overal in het land meer initiatieven ontstaan op het gebied van zorgcoördinatiecentra: het samenvoegen van eerste- en tweedelijns triage, met als doel de patiënt over de volle breedte van de zorg meteen bij de goede instantie of zorgverlener onder te brengen. Welmer de Groot, de meldkamer-MMA die zelf jarenlange HAP- en NTS-ervaring heeft: “We gaan nu steeds vaker de NTS- en de ProQA-filosofie onder één dak samenbrengen. Het is dan extra belangrijk om je te realiseren dat het verschillende denkwerelden zijn. Stel dat een 112-centralist bij twijfel overlegt met een huisarts over de te plegen inzet, dan moet de huisarts heel goed beseffen hoe AMPDS werkt om de uitkomst van de ProQA-triage te kunnen interpreteren en de centralist van een goed en bovenal veilig advies te voorzien. De kracht en veiligheid van AMPDS liggen met name in het elimineren van redenaties en aannames door mensen.”