ACHTERGROND

Wet van Brock: denk aan de AED!

Ken je de ‘Wet van Brock’? Dichterbij huis had het ook de ‘Wet van Nouri’ kunnen heten. Deze stelregel uit AMPDS luidt als volgt. ‘De aanwezigheid van een AED garandeert nog niet het gebruik ervan. De centralist doet dat wél.’

De regel is vernoemd naar Brock Ruether, een sportieve 16-jarige Canadese jongeman die in 2012 tijdens een volleybaltraining op school een hartstilstand kreeg. Reanimatie werd in gang gezet, maar de automatische externe defibrillator (AED) die wel naar Brock toe was gebracht, werd door de hulpverleners over het hoofd gezien. De jongen overleed.

Zijn moeder voert sindsdien campagne voor meer bewustzijn rondom het fenomeen hartstilstand en het belang en correcte gebruik van de AED. De IAED (oprichter en beheerder van ons triagesysteem AMPDS) omarmde het streven van Brocks moeder. Brock’s Law werd geformuleerd, de meldersinstructie werd herzien en in ProQA werd het hieronder afgebeelde monitortje toegevoegd dat met kleuren de voortgang bewaakt in het ter plaatse komen van de AED.

Aanwezig zijn is niet genoeg In dit artikel uit het IAED Journal wordt het verhaal van Brock verteld. ProQA-instructeur Piet Hein Verhagen licht toe welke les eruit getrokken kan worden. “Niet voor niets wijst de Wet van Brock op de belangrijke rol van de verpleegkundig centralist. Je kan vanuit de meldkamer op twee manieren het verschil maken: er mede voor zorgen dat een AED ter plaatse komt én ervoor zorgen dat die ook daadwerkelijk wordt gebruikt. Het aanwezig zijn ervan redt geen levens.” Misschien denk je: dat doe ik al, ik geef immers met regelmaat de opdracht om een AED te (laten) halen en het te zeggen wanneer die ter plaatse is. Piet Hein: “Je kan er als centralist actiever in zijn. Heel vaak zegt de melder in antwoord op jouw opdracht dat er geen AED is. Maar dat kan de tunnelvisie of paniek van het moment zijn, de melder kan het zelf even niet bedenken. Je mag, eigenlijk móet je dan actief meedenken, buiten het protocol om. Bedenk waar in de buurt van de melding een AED zou kunnen zijn, in een winkel of openbaar gebouw. Draag de melder op om iemand anders op pad te sturen om ernaar op zoek te gaan. Dat kan het verschil maken tussen een goede en slechte uitkomst.” Als er (nog) geen AED is en je hebt de reanimatie in gang gezet, kan het gebeuren dat alsnog een omstander, of degene die op pad was gestuurd, met een AED komt opdagen. Weet je dan hoe je in ProQA snel naar het Z-protocol voor het gebruik van de AED komt? Je ziet het op de illustratie hieronder.

Nouri Vraag af en toe tussen de compressies door of er al een AED aanwezig is, sowieso wanneer je weet dat iemand ernaar op zoek is gegaan. Je voorkomt hiermee dat iemand het apparaat wel heeft gebracht, maar dat in de hectiek niemand eraan denkt om het aan te sluiten. Dat kan ook professionals overkomen, zoals het verhaal van Abdelhak Nouri bewijst. In 2017 kreeg deze jonge Ajax-voetballer tijdens een oefenwedstijd in Oostenrijk een hartstilstand. De hulpverleners herkenden deze niet als zodanig, terwijl er de hele tijd een monitor/defibrillator naast Nouri in het gras stond die nooit werd aangesloten. De voetballer liep ernstige, blijvende hersenschade op. Het was een iets andere situatie dan die van Brock - bij wie de hartstilstand wel meteen werd onderkend - maar in beide gevallen bleef de aanwezige, reddende AED onbenut. Tenslotte is de les van Brock en ook die van Nouri: als de patiënt begin twintig of jonger is en buiten bewustzijn is geraakt zonder duidelijke externe oorzaak, ga dan altijd als eerste uit van een hartstilstand. Meestal gaat het daarbij om ventrikelfibrilleren en juist in die situatie biedt alleen een AED de mogelijkheid om het normale hartritme terug te brengen voordat de ambulance ter plaatse is. Hoe eerder de schok wordt toegediend, hoe kleiner de kans op restschade.