Bij tekort aan centralisten sneuvelen soms de neventaken

Alle handen aan de meldtafel

Verpleegkundigen, zeker met specialisatie, zijn al geruime tijd schaars in Nederland. Ambulancediensten merken dat in hun zoektocht naar ambulanceverpleegkundigen. Maar ook meldkamers tobben met vacatures voor verpleegkundig centralisten, al zijn de omstandigheden wel per meldkamer verschillend.

Uitbreiding wegens toenemende drukte

In Rotterdam zijn maar liefst 13 voltijd centralistenplekken te vervullen op de meldkamers van Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid, die in 2018 deels integreerden. “Inbegrepen in die dertien zit een uitbreiding wegens toenemende drukte en omdat we met regieverpleegkundigen gaan werken”, vertelt teamleider Richtje Kant. “Het zijn dus deels nieuwe banen. We hebben die collega’s echt hard nodig, want de drukte op de meldkamer is enorm.” Het lukt in Rotterdam overigens wel om kandidaten te vinden, ondanks de stevige vereisten en de krapte op de markt. Richtje: “In november is al één nieuwe collega in opleiding begonnen. In januari starten er nog eens vier en in maart weer vier. Die kandidaten hebben we al.” Het is arbeidsintensief om nieuwe mensen op te leiden, wat dus een forse extra belasting creëert als je er vier tegelijk aanneemt. Richtje: “Dat is een afweging. Nu we geschikte kandidaten paraat hadden, vonden we het een risico om ze eventueel te moeten laten lopen wanneer we te lang zouden wachten met hen laten instromen.” Een campagne op social media van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft veel van de kandidaten, afkomstig uit allerlei geledingen van de zorg, met succes geattendeerd op de functie.












Richtje Kant

Dilemma: opleiden of laten wachten?

Het door Richtje geschetste dilemma ‘meteen opleiden of laten wachten’ is herkenbaar voor Xander Kluts, hoofd van de meldkamer ambulancezorg van Hollands-Midden. Die is met 18 voltijd centralistenbanen namelijk drie keer zo klein als de meldkamer van Rotterdam. Xander: “Onze opleidingscapaciteit is daardoor ook een stuk kleiner. Ik kan hooguit één collega tegelijk opleiden, want het kost een andere centralist als werkbegeleider en in een klein team voel je dat gemis sterker. We krijgen best veel brieven van sollicitanten, ook kwalitatief goede. Lastig is dat ik ze niet in portefeuille kan houden. Want zodra er een opleidingsplek vrijkomt, hebben de meesten allang weer iets anders gevonden. Op sterkte raken duurt dus lang.” En intussen blijft het vullen van de roosters langdurig een probleem. Xander: “Het laatste waar je op inlevert, is de inzetbaarheid aan de telefoon. Dus dan snijd je noodgedwongen in neventaken zoals EDQ-diensten, wat je eigenlijk ook niet wil omdat je daarmee je kwaliteit op langere termijn aantast. Zo blijven we een beetje gevangen zitten in het systeem.” Xander zou graag zien dat er meer flexibiliteit en snelheid in het opleiden ontstaat. “Er begint maar een paar keer per jaar een opleiding tot centralist aan de Academie voor Ambulancezorg. Een kandidaat is zeven maanden bezig voordat hij of zij volledig inzetbaar is. Dat is lang, zeker als je bedenkt dat het opleidingsprogramma traditioneel veel aandacht geeft aan verpleegkundig inzicht. Dat staat bij werken met ProQA juist meer op de achtergrond. Het zou volgens mij korter kunnen, we zouden het daarover moeten gaan hebben met elkaar.”
















Xander Kluts





Myrthe Mos (links) en

teamleider Andrea van Dijk

Schrappen in taakaccenten zoals EDQ'en

De meldkamer in Drachten voor de drie noordelijke provincies is weliswaar goed op sterkte, maar meldkamerhoofd Myrthe Mos heeft een andersoortige uitdaging: zij kampt met een groot langdurig ziekteverzuim. “De formatie is volledig ingevuld, 37 fte door vijftig mensen, maar ik mis flink wat collega’s voor langere tijd en om uiteenlopende redenen.” Myrthe moet dus op dezelfde manier improviseren als Xander al schetste: “Je gaat dan schrappen in de taakaccenten, zoals het EDQ’en, het aandachtsgebied huiselijk geweld, de teamscholing bedrijfsopvang enzovoort. Alles wat maar helpt om handen aan de meldtafel te krijgen. Collega’s die zowel op de ambulance als op de meldkamer werken, proberen we extra beschikbaar te krijgen voor de meldkamer. Het lukt allemaal net door ieders inzet en betrokkenheid, maar de situatie is natuurlijk verre van optimaal.” Vacatures die er wél zijn, krijgt Myrthe doorgaans prima vervuld. “Wij kunnen altijd kiezen uit meerdere kandidaten. Gelukkig blijft er ondanks de algehele schaarste aan verpleegkundigen toch een categorie bestaan die dit werk bijzonder aanspreekt, mensen die hun skills anders willen benutten dan aan het bed.”











Hans van Ettekoven

Chauffeurs als centralist inzetten

Op de meldkamer Brabant-Oost heeft Hans van Ettekoven nog geen taken zoals het EDQ’en hoeven schrappen, maar hij ziet ook daar de problematiek wel ontstaan. Hans: “Het heeft bij ons lange tijd niet gespeeld, maar nu heb ik toch twee openstaande vacatures op het totaal van 28 centralisten. Het heeft te maken met uitbreiding van de formatie door meer drukte en burenhulp. Het hangt ook samen met de tekorten in de hele sector. Soms denk je een goede kandidaat te hebben maar dan gaat het in de praktijk of bij een assessment toch net niet zoals je hoopte en moet je opnieuw beginnen.” Hans ervaart de wet- en regelgeving als een beperking voor de meldkamers. “Ik zou het zonder meer aandurven om bijvoorbeeld goede, ervaren ambulancechauffeurs als centralist met ProQA te laten werken. Maar de wet zegt iets anders: dat het verpleegkundigen moeten zijn. Toch ga ik binnenkort een afgestudeerde BMH (= Bachelor Medische Hulpverlening) uitnodigen voor een van onze vacatures, zodra ze haar BIG-registratie heeft. Voor BMH’s heeft de minister experimenteel een vijfjarige toestemming gegeven om op de ambulance te werken en dat doen wij in onze regio ook. Dan vind ik het moeilijk te verkopen dat ik een BMH niet als centralist zou mogen laten werken. Ik kan toch ook een dokter aan de meldtafel zetten? Dat is ook geen verpleegkundige. Ik denk dat we er niet aan ontkomen om daar op den duur soepeler mee om te gaan.”