‘Steeds meer data en bewijs maken het protocol sterker’

President

Jerry Overton

International Academies of Emergency Dispatch

Topman Jerry Overton van de International Academies of Emergency Dispatch woonde één dag bij van de conferentie Euro Navigator in Den Haag.

Wat vond je van de sfeer, inhoud en interactie tijdens de Navigator?

“Vooropgesteld: Nederlands en Italiaans spreek ik niet. En mijn leraar Duits overleed tijdens mijn eerste periode op de universiteit, een vervanger was er helaas niet. Maar, ondanks deze beperking voor mij, kon ik het geweldige netwerken dat in Den Haag plaatsvond en het niveau van de discussies goed aanvoelen.Er was veel energie en ook humor. Mijn gebrek aan talenkennis weerhield me niet van het bijwonen van de verschillende nationale presentaties, want ik kan altijd wel iets uit foto’s en infographics halen. Door de jaren heen merk ik dat er meer diepgang in de lezingen komt. Er worden vaker data en bewijzen geleverd. Die ontwikkeling zorgt ervoor dat ons protocol steeds meer evidence-based en daarmee sterker wordt.”



















Jerry Overton en Michael Strobl (Dispatcher of the Year)

Is Euro Navigator eigenlijk anders dan vergelijkbare Navigator-conferenties in andere werelddelen? En gaan we hier uberhaupt anders met AMPDS om?

“Euro Navigator is uniek. Het is onze enige conferentie met verschillende sporen in eigen landstalen: Nederlands, Duits, Italiaans. Dat is volgens mij hoe het zou moeten zijn. Ons protocol brengt verschillende culturen, talen en werkwijzen samen met één gemeenschappelijk doel: de beste zorg leveren aan onze burgers. Dat unieke karakter zie je ook terug in hoe er in de praktijk in Europa wordt gewerkt. Ik leer daar zelf elke keer weer van. In andere werelddelen is de acute zorg per land of continent meestal enigszins vergelijkbaar georganiseerd. Maar in Europa lopen allerlei manieren van werken door elkaar. Wij moeten daar met ons systeem en dienstverlening op inspelen. Daarom heeft de IAED eigen kantoren in het Verenigd Koninkrijk en op het Europese vasteland. We hebben sinds kort ook de eerste Europeaan in ons management.”

Wat vind je de belangrijkste verandering of ontwikkeling die op de Europese meldkamers en ambulanceorganisaties afkomt?

“Vraag, vraag en nog eens vraag. Stijgende vraag zie je overal ter wereld en Europa vormt daarop geen uitzondering. De bevolking vergrijst, chronische ziekten winnen terrein en zorginstellingen kunnen dat amper bijbenen. Daardoor krijgen meldkamers steeds meer hoog- én laag-acute meldingen. Zij worden hierdoor écht de poortwachters van het hele zorgsysteem. Daarnaast schrijdt de technologie voort. De middelen van nu hadden we ons tien jaar geleden niet kunnen voorstellen. En over nog eens tien jaar zal dat ook weer het geval zijn. We werken al met videoverbindingen, apps, sms en zelfs kunstmatige intelligentie in het verwerken van 112-meldingen. Drones verkeren nog in het experimentele stadium, maar ze komen er, of het nu is om een defibrillator te brengen of Naloxon. En dan hebben we het nog maar over de nabije toekomst. Wat er daarna komt? Ik heb er geen voorstelling van.”

Je moest vanuit Den Haag na de eerste congresdag snel door naar Beirut. Wat ging je daar doen?

“Ik moest bevindingen presenteren en bespreken. In 2012 is me gevraagd om aanbevelingen te doen voor de periode 2013-2018, met betrekking tot het hele systeem van alarmering en acute zorg in Libanon. Inmiddels zijn we alweer aan het kijken naar de volgende periode van vijf jaar. De geboekte vooruitgang in de tussentijd is verbluffend. Vijf jaar geleden werd ongeveer de helft van de noodoproepen helemaal niet beantwoord, nu allemaal wél. Het scholingsniveau ligt aanzienlijk hoger. Als je bedenkt dat er buiten kantooruren alleen vrijwilligers aan het werk zijn, begrijp je wat een ongeëvenaarde toewijding aan inwoners en patiënten daar op de meldkamers leeft. Ze schakelen nu over op de eerste protocollen in het Arabisch en zijn begonnen met kwaliteitsevaluaties. Ik verwacht dat AMPDS er over twee jaar operationeel kan zijn.”

Bedankt voor je boeiende bijdrage! Laatste vraag, hoe goed ken je Nederland eigenlijk en wat vind je van ‘ons’?

“Dat is een makkelijke vraag! Ik kom graag Nederland als de kans zich voordoet. Of het nu Amsterdam, Rotterdam, Leiden of Maastricht is, ik geniet van de pracht van jullie land en de gastvrijheid, de architectuur en de grachten. Ik heb watersport in de zomer en en ijssport in de winter bekeken. In Noordwijk mag ik graag een wandeling over de boulevard maken en een van mijn favoriete restaurants bezoeken. En dan de mensen: ik snap nog altijd niet hoe jullie zo beleefd en tegelijk zo direct kunnen zijn. Ik vergeet nooit de mededeling van een KLM-piloot na het vertrek van Schiphol: ‘We hebben een aanvaring met een vogel gehad. De vogel is dood. We gaan terug.’ En na inspectie op de grond: ‘Van de vogel is niets over, maar de motor is in orde. We kunnen verder.’ Perfect vind ik dat!”

Jerry met congresmanager Pam Stewart in Den Haag