Hulpmiddel Ademhalingsverificatie voorkomt onnodige reanimaties

'Prachtig, precies wat we vroeger misten'

Het ProQA-hulpmiddel 'Agonale Ademhaling Vaststellen' is vanaf versie 13.1 anders gaan heten, namelijk 'Hulpmiddel Ademhalingsverificatie Diagnostiek'. Deze naamswijziging verduidelijkt het doel: bevestigd krijgen dat de patiënt een effectieve ademhaling heeft en daarmee onnodig reanimeren voorkomen.

De oude naam kon de indruk wekken dat het hulpmiddel bedoeld was om te zoeken naar agonale, ineffectieve ademhaling, die erop wijst dat de hersenen niet genoeg zuurstof krijgen en er gereanimeerd moet worden. Maar het dubbelchecken van agonale ademhaling is helemaal niet zinvol of wenselijk. Als de melder aangeeft dat de patiënt (bijna) niet ademt, naar adem snakt of snurkende geluiden maakt, is dat een teken om direct te beginnen met reanimatie-instructies. Het hulpmiddel is juist een vangnet in situaties waarin sprake lijkt van een effectieve ademhaling. "Vroeger, vóór ProQA, vroeg ik aan een melder die dácht dat de patiënt normaal ademde meestal: Ademt hij zoals u en ik?" Aan het woord is Peter de Kruijter, ervaren ambulanceverpleegkundige en centralist in Zuid-Holland Zuid en tegenwoordig lid van het medisch management van de meldkamer Rotterdam. "We moesten de reanimatiebehoeftigheid van een patiënt destijds bepalen met onze eigen vraagstellingen en formuleringen. Iedereen deed dat op een eigen manier. Ik vond deze situatie altijd erg lastig. Je balanceert tussen te laat beginnen met reanimeren, of reanimeren bij een patiënt die dat niet nodig heeft, maar die bijvoorbeeld een CVA doormaakt of is flauwgevallen. Voor de melder was het vaak moeilijk om precies te beschrijven wat hij of zij zag. Ik vind het hulpmiddel daarom prachtig. Dit is echt een meerwaarde die ProQA biedt." Bij elke inademing 'nu' zeggen De centralist kan het hulpmiddel met het rode vraagteken openklikken als op de sleutelvraag 'Ademt hij/zij helemaal normaal?' een 'ja-maar'-antwoord wordt gegeven, of als er op welke manier dan ook twijfel is over de effectieve ademhaling. De inzet van het hulpmiddel is standaard opgenomen in de protocollen 9, 12 en 31. Op diverse andere plekken geeft ProQA de hint om het in werking te stellen. De instructie luidt vervolgens: "Luister, ik wil dat u het woord 'nu' zegt elke keer als hij/zij inademt, begin meteen." De centralist klikt op die momenten mee met de muis. Na maximaal vier ademhalingen trekt ProQA de conclusie over effectieve ademhaling. Een interval van acht seconden wordt gekwalificeerd als agonaal.

Peter: "Vergelijk het met een AED, die alleen klapt als hij zelf heeft vastgesteld dat het nodig is. Dit is precies wat we vroeger op de meldkamer misten: een ijkpunt voor de situaties waarin je neigt naar de conclusie 'ja, effectieve ademhaling', maar je wilt nog meer bewijs. Je moest er als centralist eerst in groeien hoe je de A-check handig aanpakte. En al ontwikkelde je in de loop der jaren nog zulke goede vragen, dan ging daar toch nog vaak kostbare tijd mee verloren én je bleef altijd kans houden op een foute inschatting. Liep het toch uit op een reanimatie, dan kon je de casus naderhand moeilijk reconstrueren om van te leren. Je had geen vast punt, iedere centralist deed iets anders. Het zal nu veel minder vaak gebeuren dat we achteraf denken: 'Ik had tóch eerder moeten laten reanimeren'. In dertig seconden heb je zekerheid van een systeem dat altijd bekwaam is."

Meer informatie over het hulpmiddel vind je hier in een artikel uit The International Journal van de IAED.

Peter de Kruijter