‘Het is meestal géén crash’

Zweefvlieger en EHBO-instructeur

Thomas van de Ven


Stél dat 112 wordt gebeld over een neergestort zweefvliegtuig. Welke inzet levert dit dan op in ProQA? Deze ongewone vraag kreeg Xander Kluts, hoofd meldkamer Hollands Midden, onlangs van een zweefvlieger, EHBO-instructeur, voormalig ambulancechauffeur en

oud- hospik.

In gesprek met: Thomas van de Ven.

Xander haalde de casus door ProQA en kwam met protocol 29 uit op een respons van twee ambulances met A1-urgentie, het MMT, de OVDG en brandweer en politie. Maar… vanwaar deze bijzondere vraag?

Thomas: “We hadden een bijscholingsavond van het Oranje Kruis voor kaderinstructeurs. Het thema was eerste hulp bij sportongevallen. Ik moest aan mede-instructeurs een casus presenteren en koos mijn eigen sport, het zweefvliegen. Daarbij wilde ik ook nadrukkelijk inzoomen op hoe je als EHBO’er een goede 112-melding doet. In de regio Limburg-Noord waar ik ambulancechauffeur was, werkt de meldkamer met NTS. Ik was benieuwd hoe deze casus in ProQA zou worden doorlopen. Xander stuurde interessante screenshots die ik goed heb kunnen gebruiken.”

Bij sportletsels denk je niet meteen aan gewonde zweefvliegers, toch?

“Er zijn in Nederland drieduizend actieve zweefvliegers. Er zijn 1,6 miljoen actieve voetballers. En toch vallen er in absolute aantallen elk jaar meer zwaargewonden en doden bij het zweefvliegen dan bij voetbal. De sport bestaat niet uit vliegen alleen. We rijden op een trekker, bedienen een lier, haken het vliegtuig aan: allemaal potentieel risicovolle handelingen. Mijn casus was afgeleid van een ernstig ongeval in Engeland, een zeer harde landing tijdens een luchtshow waarbij de vlieger zwaar nek- en rugletsel opliep. Daar bestaan heftige beelden van die ik heb gebruikt in mijn presentatie.”

Maar het ging je dus vooral om de 112-melding. Wat heb je de instructeurs bijgebracht?

“Allereerst dat bij een melding de locatie en je eigen telefoonnummer de allerbelangrijkste gegevens zijn om mee te beginnen. Ik heb ieder de rol van melder of centralist gegeven, waarna ze de melding in koppels moesten naspelen. Ik wilde ze ervan bewust maken dat – zéker in ProQA – de centralist de leiding heeft met zijn of haar vragen. De melder moet daar ruimte aan geven en niet meteen het hele verhaal over de centralist willen uitstorten.”

Wat maakt een vliegongeval anders dan een verkeersongeval?

“Een verkeersongeval kan iedereen herkennen. Maar het onderscheid tussen een crash en een ‘buitenlanding’ van een zweefvliegtuig is veel moeilijker te maken voor een leek. Een buitenlanding is een landing buiten het zweefvliegterrein, bij verlies van thermiek en hoogte. Dat gebeurt vaak, op mooie vliegdagen meerdere keren per dag in Nederland. Voor de vlieger is het een procedure waarop getraind is. Maar de omstander die plots een vliegtuig ziet op een plek waar dat niet hoort, denkt aan een ongeluk. Die belt 112 en zegt dat er een vliegtuig is neergestort, met als gevolg dat er onnodig een circus aan hulpverlening op gang komt. Dus vertel duidelijk wat je ziet!”

Kan de centralist ook nog iets met die kennis?

“Ik zou adviseren om bij een dergelijke melding nadrukkelijk te vragen wat de melder ziet, voor zover het triagesysteem dat toelaat. Heeft de melder het vliegtuig zelf zien ‘vallen’? Vraag of de vleugels er nog aan zitten en of de piloot te zien is. Als de melder zegt: ‘Ja’ en ‘Ja, die loopt net naar de boer toe’ dan mag je er vanuit gaan dat het geen crash is. Meestal is het dat niet.”

Zelf wel eens iets meegemaakt wat niet de bedoeling was?

“Een buitenlanding en crash tegelijk… Op het laatste moment voordat ik de grond raakte kwam een vleugeltip tegen een jonge boom aan. Ik maakte daardoor een draai van bijna 180 graden en stond heel snel stil. Ik heb een oud zweefvliegtuig, dat met relatief lage snelheid landt. Daardoor viel het mee. Ik had zelf gelukkig helemaal niks.”

De casus van Thomas

‘Je bent onderweg met de fiets naar Strandrestaurant Nederzand bij Noordwijk en bent getuige van een zeer harde landing van dit zweefvliegtuig. Je ziet de piloot uit het wrak kruipen. Het vliegtuig ligt op een geasfalteerd deel van de Langevelderslag. Je hebt een mobiele telefoon met GPS, er is niemand anders in de buurt, al lopend naar het slachtoffer bel je 112. Voer het gesprek met de centralist op basis van het uitvraag protocol ProQA en verleen eerste hulp volgens de DRS-ABCDE-methodiek.’

Thomas van de Ven met dochter Mélinda (10) nadat zij voor de eerste keer meevloog in de Ka7 van haar vader.