Meldkamers nieuwe stijl worden virtueel één

Driebergen vangt nu nog alle 3 miljoen 112-meldingen per jaar op

‘Wie wilt u spreken?’, is nu nog de eerste vraag die elke 112-beller krijgt vanuit de landelijke meldkamer in Driebergen, voordat hij of zij wordt doorgezet naar de juiste regionale meldkamer. In 2023 moet een landelijk netwerk zijn ontstaan van tien meldkamers die met hetzelfde ICT-systeem werken en dezelfde werkwijzen hanteren. Dan kan de tussenstap via Driebergen vervallen.

“Onnodige tussenstappen wil je natuurlijk het liefst schrappen”, zegt Willem van Alphen, tactisch procesmanager bij de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). “Op dit moment kan dat nog niet. Qua technische inrichting en systemen zijn de meldkamers in Nederland nog te verschillend. Het beheer ervan is versnipperd over verschillende organisaties. In de huidige situatie komen alle 112-oproepen daarom nog bij de landelijke 112-centralisten binnen. Zij leveren ze af ‘aan de deur’ van de gevraagde hulpdienst en meldkamer.”


De hulpdiensten, gefaciliteerd en ondersteund door de LMS, bouwen aan uiteindelijk een landelijk beheerd netwerk van maximaal tien meldkamers die operationeel en technisch met elkaar verbonden zijn. Willem: “Op dat netwerk zullen politie, brandweer, ambulance en Koninklijke Marechaussee hun meldkamerfuncties gezamenlijk uitoefenen, virtueel ‘aan elkaar geschakeld’ via een landelijke, gestandaardiseerde ICT-omgeving.”

Tegen die tijd kan via slimme software en locatieherkenning de melder meteen naar de juiste regio worden geleid.


Opschalen

De virtuele aaneenschakeling zal ervoor zorgen dat er regionaal altijd voldoende capaciteit is om pieken op te vangen. Willem: “Na de recente aanslag in een tram in Utrecht bijvoorbeeld moest de meldkamer daar heel snel en intensief gaan opschalen. Het liefst wil je dan meldingen uit Utrecht die over andere zaken gaan, tijdelijk overdragen aan anderen. Binnen het toekomstige netwerk kunnen we meteen een andere regio bijschakelen. We kunnen zien hoe druk het elders is en hoe de bezetting daar is.”


Tot het zover is, komen 112-bellers eerst in Driebergen uit. Ze merken dat overigens niet. Tijdverlies levert het niet op, een betere werkwijze is nu immers niet binnen handbereik. Voor de meldkamers in het land heeft de tussenkomst van de centrale in Driebergen daarentegen juist een voordeel: er wordt al veel kaf van het koren gescheiden. Niet door triage, want die vindt er niet plaats. Willem: “Een derde deel van de meldingen betreft misbruik van 112 of is te goeder trouw maar niet bedoeld voor 112. Iemand heeft bijvoorbeeld de wijkagent nodig.”

Zo gaan er van de drie miljoen 112-meldingen per jaar (zo’n 8000 per dag) ‘slechts’ twee miljoen door naar de meldkamers. Daarvan is bijna 60 procent ‘blauw’, 30 procent ‘wit’ en het restant ‘rood’. “Het misbruik lag een paar jaar geleden veel hoger”, vertelt Willem. “Door maatregelen te nemen zoals sms- en voicemailberichten waarin het misbruik wordt benoemd, hebben we veel 112-misbruik kunnen terugdringen.”


Willem: “De ontwikkeling van het landelijke netwerk is een grote stap vooruit, waar vele diensten samen de schouders onder zetten om burgers in nood of met een hulpvraag sneller en efficiënter te kunnen bedienen.” Kijk ook op www.k-lmo.nl en www.1jaarlms.nl

Willem van Alphen