Casus

‘Eerste hulp, geen vervoer’ is ook onderdeel van ons werk

Moeder belt over haar kind van twee jaar oud. Het kind is niet aanspreekbaar, had stuipen en hangt nu slap in haar armen. Kind is al wat dagen ziek met koorts. Moeder is wat in paniek.


De centralist start de melding vanuit AMPDS/ProQA en laat alvast een ambulance aanrijden via pre-alert (urgentie 2). De bemanning van de ambulance leest waar ze naar toe moeten en ziet de eerste meldtekst van de melder “KIND NIET AANSPREEKBAAR, SLAP, KOORTS” en dat het kind niet wakker is en ademt.


De centralist gaat verder met uitvragen, geeft instructies vanuit protocol 12, richt zich vooral op de ademhaling van het kind en probeert de moeder in haar paniek wat te begeleiden. De ademhalingscheck wordt twee keer gedaan. De aanrijdtijd van de ambulance is ongeveer 12 minuten. Omdat het kind gedurende de hele melding niet wakker is, zet de ambulance de rit voort onder urgentie 1.


Gewoon doorrijden

Onderweg belt de ambulanceverpleegkundige naar de meldkamer met de vraag ‘Wat gaan wij daar doen? Als het een koortsstuip is waarom belt men dan niet de huisarts?!’. Deze vraag wordt door de uitgiftecentralist kort teruggelegd bij de aannamecentralist die de melder nog steeds aan de lijn heeft. ‘Gewoon doorrijden’, is de wat geïrriteerde reactie van de aannamecentralist. Vijf minuten later arriveert de ambulance, kort daarna komt het kind weer bij bewustzijn. De ambulance sluit uiteindelijk de hulpverlening af met ‘eerste hulp geen vervoer’ (EHGV).









Even later belt de ambulanceverpleegkundige opnieuw met de meldkamer en wil de aannamecentralist van deze melding spreken. Telefonisch herhaalt ze haar vragen. Had dit niet anders gekund? Er volgt een vervelend gesprek waarin negativiteit wordt geuit op de uitvraag door middel van AMPDS. Hier is via de teamleiding later aandacht aan geschonken.


Oordeel

Uit evaluaties, VIM-meldingen en klachten van ambulancebemanningen blijkt dat het traject tijdens het aanrijden niet altijd duidelijk is. Er wordt dan al een oordeel of invulling uitgesproken, terwijl er vanuit de melder/melding nog geen geruststelling af te lezen is. Dit kan bij centralisten een vervelend gevoel oproepen. Bijvoorbeeld in deze situatie. De aannamecentralist bewaakt via 112 de ademhaling bij een niet aanspreekbaar kind. Een vraag naar het nut van aanrijden met een ambulance tijdens dit telefonisch waken is niet echt op z’n plek. Het blijft goed om met elkaar te beseffen dat instabiliteit in de ABCD altijd resulteert in een ambulance-inzet en dat EHGV ook gewoon onderdeel is van ons werk. Een deskundig oog ter plaatse kan soms essentieel zijn.

De rubriek ‘Casus’ werd deze keer verzorgd door de EDQ’s van de Meldkamer Noord-Nederland.